Ruïnekerk

Als Bergen een icoon heeft, dan is dat zeker de Ruïnekerk waartoe alle oude straten en lanen van het dorp leiden. Zoals de meeste kerken heeft de Ruïnekerk nogal wat meegemaakt door de eeuwen heen. Deels dus in ruïne, toont de kerk de littekens van de soms door geweld geteisterde geschiedenis van Bergen

Het oudste gebouw van Bergen staat op de plek van een kleinere kapel waarvan het bestaan teruggaat tot zeker 977, dat daar werd gebouwd waarschijnlijk omdat dit het hoogste punt is op de droge, bewoonbare strandwallen (Oostdorp, Saenegheest, Oudtburgh en Westdorp) die samen 'Berghen' vormden. De oorspronkelijke kapel was te klein geworden om de constante stroom pelgrims die kwamen vanwege het Mirakel van Bergen te herbergen, en werd in 1422 vervangen door een grotere, éénbeukige kerk. De pelgrims kwamen in steeds groteren getale en al snel werd het nieuwe gebedshuis uitgebreid tot een driebeukige hallenkerk met machtige hoge toren aan de westerzijde. Om u een idee te geven van het belang van de Sint Petrus en Pauluskerk in de context van de middeleeuwen: het was een van de grootste in heel Holland, groter dan de kerken van destijds belangrijke steden als Haarlem en Alkmaar.

En daar stond hij dan fier en trots, het huis van de inmiddels in zilver gevatte relikwie van Het Mirakel van Bergen, totdat de Calvinistische beeldenstorm van 1566 roet in het eten gooide. Er zijn verschillende verhalen over wat er is gebeurd met de relikwie - Van Brederode, Heer van Bergen, zou het hebben geconfisqueerd om het te redden; andere bronnen zeggen dat het is meegenomen en vernietigd door de beeldenstormers - maar we weten wel zeker dat in 1631 op last van het Haarlemse kapittel een onderzoek werd ingesteld naar wat ermee is gebeurd. Het leerde echter niets op.

[Links de kaart van Bergen uit 1568 die is gemaakt door Adriaen Anthonisz.]

De vestingstad Alkmaar, net ten zuiden van Bergen, speelde een belangrijke rol aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog, ofwel de Nederlandse Opstand. Het werd namelijk de eerste stad die de Spaanse dominantie wist te trotseren. Gedurende 47 dagen beginnend op 21 augustus 1573, werden de burgers van Alkmaar belegerd door een Spaanse troepenmacht die zijn kampement had opgezet in de Oudorper polder vlak buiten haar muren. Het beleg werd eindelijk beëindigd toen op bevel van Willem van Oranje (ook bekend als Willem de Zwijger) verschillende dijken rondom Alkmaar werden doorgestoken. Het kamp van de Spanjaarden liep onderwater en de soldaten trokken zich op 8 oktober terug in zuidelijke richting. ('Bij Alkmaar begint de victorie', en elk jaar wordt er nog steeds op deze datum groots uitgepakt om dit heugelijke feit te vieren. In de jaren na 1573 werden de Spanjaarden steeds verder uit Holland verdreven, en in 1588 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uitgeroepen.)

In 1573 werden de Katholieken dus op meerdere fronten in het defensief gedrongen, maar de Spaanse troepen waren geduchte tegenstanders en sterk in aantal. Uit angst dat ze zouden terugkeren werden verschillende plakken van strategisch belang spoedig verwoest. Het slot en de abdij bij Egmond, bijvoorbeeld, en, eveneens op bevel van Willem van Oranje, werd de prachtige katholieke kerk in Bergen door Diederik van Sonoy in brand gestoken en bijna volledig verwoest. (Van Sonoy ziet u hier rechts op de gevelsteen van het oude ‘Geuzengesticht Wilhelmus van Nassauen’, Voorstraat 80 te Brielle. (foto: Marcel Tettero))

(De Republiek was overigens voor die tijd aardig seculier, en katholieken konden hun religieuze diensten in schuilkerken voortzetten. Deze werden getolereerd en katholieken konden hun gaan gaan zolang ze zich niet opdrongen aan anderen. Echter, mensen die openlijk katholiek waren werden uitgesloten van het bekleden van (lokale) overheidsposities tot de Bataafse Revolutie van 1795).

Het jaartal was dus 1574 en de kerk te Bergen was de ruïne waaraan het tot op de dag van vandaag haar naam ontleedt. Het was een tumultueuze tijd en de kerk werd maar langzaam gerepareerd. De bakstenen van de ineengestorte toren werden gebruikt voor de constructie van een westelijke muur voor het oude koor, zodat men in het gebouw weer was beschermd tegen de elementen. Het grootste deel van de werkzaamheden werden voltooid in 1594, de datum die werd gegraveerd in een balk boven het spreekgestoelte toen de kerk weer in gebruik werd genomen als gebedshuis - een protestants gebedshuis, uiteraard.

Liberation from life under the yoke of Spanish rule and taking destiny into their own hands is something the Dutch will never regret. The time heralded the Dutch Golden Age, spanning roughly a century from the 1570s, during which Dutch trade, science, art and military prowess were the most revered in the world. It was a time of peace in the country, and with it came great prosperity. The 18th century, however, was a different kettle of fish. To cut a long story short, the never-before-seen wealth in which the Dutch lived led to complacency, laziness and political corruption so rife that by 1795, ordinary Dutch citizens were so sick and tired of the ruling fat cats that they all but invited Napoleon Bonaparte to remove them and take power, which he duly did, creating the first de facto client state in the world: the Batavian Republic.

The Ango-Russian Invasion

So far so good for Bergen. The village fared well, lived in peace and developed much like any village of the time. Not amused by Napoleon’s grip on Europe, however, his enemies made attempts left, right and centre to loosen it. One such attempt was an Anglo-Russian invasion of the North Holland peninsula in 1799 that aimed to capture the (Franco-)Dutch naval fleet and incite a popular revolt against the French. Initially making strides south from Den Helder, the invading armies made some mistakes when they reached Bergen. The popular anecdote goes that the English and Russian generals forgot to synchronise their clocks and as a consequence, the English arrived in Bergen too late to provide backup to the Russians, who were under heavy attack from French troops trying to retake the village. Much of the fighting took place around the Ruïnekerk, which didn’t survive unscathed. If you wander around the Ruin Church today, it won’t take you long to find bullet and cannonball holes from that fateful September day, especially in the south wall.

That’s the story of the ruin, but there’s more to tell you about the Ruin Church, which will appear here in the near future.

nl_NL